Op een zondag

Slim Buttes, Pine Ridge Indianen Reservaat – Er kwamen die zondagavond twee en twintig mensen opdagen voor de zweethut ceremonie. Tom was er al vroeg in de middag met Sal Lame, David Yellow Owl en Matt, een hippie uit Oregon. Tenminste, Matt zag eruit als hippie maar hij ontkende hardnekkig dat hij een hippie was. Daarna kwam Milo Yellow Hair met een truck vol hout, net toen wij voorbereidingen wilden gaan treffen voor het vuur. Tom lag een hazenslaapje te doen op de bank in de cabin die we daar hebben staan. Hij wachtte op zijn broer Louie die zou langskomen. We hadden Louie al een paar maanden niet gezien en toen hij eindelijk kwam is hij maar een paar uur gebleven. Hij liet tijdens zijn bezoek de motor van zijn busje draaien en de koplampen liet hij branden.
“Ik blijf maar een paar minuten.” had hij gezegd.
Een pot koffie later belde Misty Sioux Davis om te vertellen dat ze ook kwam en dat ze soep zou meebrengen.
“Hoe laat gaan jullie naar binnen?” vroeg ze.
“Zeven uur.”
Dan kon het vuur nog drie uur branden, dan zouden de stenen wel goed moeten zijn.

Er kwamen nog meer mensen. Travis, een blanke, deels Cherokee en deels Lakota, met zijn vrouw Lisa, tenminste, ik denk dat het zijn vrouw is. Zij kwamen gwoon binnenvallen en zeiden mee te willen doen met de ceremonie. Lisa was eerder geweest maar het was de eerste keer voor Travis.
“Als het te heet wordt,” zeiden ze tegen hem, “denk dan niet aan de hitte, maar concentreer op je gebed.”
Even later kwam Mark aan. Hij was dronken en luidruchtig. Na een uurtje verontschuldigde hij zich en hij trok weer aan zijn stutten.
Aloysius Weasel Bear kwam naar boven vanaf zijn huisje onder aan de voet van de heuvel. Stanley Blind Man kwam ook. Hij zei dat hij genezing zocht voor een steekwond die hij de week daarvoor had opgelopen tijdens een knokpartij met een andere indiaan in Chadron. Na nog een pot koffie kwam Owen Warrior, iemand die er bijna altijd is, daarna kwam Ben Good Buffalo.

En opeens stond iedereen buiten bij het vuur. Alleen Louie bleef achter in de cabin. We wachtten en wachtten nog langer op Uncle Joe, we wachtten uit respect voor de ouderen. We wachtten ook op Misty die soep zou meebrengen, maar uiteindelijk  gingen we naar binnen. Vlak nadat de stenen naar binnen waren gedragen, kwam Misty opdagen, zoals altijd hanteerde ook zij indianentijd. Ze had drie van haar vijf kinderen bij zich. Ze was samen met Vicky Thunderhawk, Olowan en haar zoon, en nog een man waarvan ik de naam niet heb meegekregen.
“Maak plaats voor nog acht man.” zei Stan, die de stenen naar binnen bracht. Iedereen schikte in. Toen we net wilden beginnen, kwam Joe American Horse aan. Hij zat helemaal vooraan, bijna boven op de put met de hete stenen.

Een goede zweethut. Dat was het. Drie generaties.
Lisa verliet de zweethut na de eerste ronde en Travis verliet de zweethut na de tweede ronde. Nadat ze op adem waren gekomen is geen van tweeën weer terug gegaan de zweethut in, maar ze zijn naar huis gegaan.
We vertelden hen eerder nog dat het goed was om kinderen in de zweethut te hebben. Hun energie is puur en ze laten ons volwassenen zien hoe we het beste kunnen zitten. Wij worden door hun aanwezigheid ook aangemoedigd omdat zij interesse tonen in de manier van leven van hun voorvaderen en het is goed om te ontdekken dat de draad nog niet gebroken is.

Er wordt voor iedereen gebeden in de zweethut. Voor God, Moeder Aarde, de helpers van de Grote Schepper, alle levende dingen, de overledenen, de familie van de overledenen, onze leiders, onze ouders, onze voorvaderen, onze jonge mensen, de wezen en de daklozen, vluchtelingen, gevangenen, mensen in uniform, veteranen, zij die moeten lijden, Oom Ernest, Tom’s zere teen, Milo’s rug, voor iedereen die hier zit, hun families, Indianen, voor jou en iedereen met wie we verbonden zijn, voor iedereen die ons helpt, Running Strong, Onaway, Plenty, donoren, vrijwilligers, buitenlanders, iedereen op de e-maillijst, volkeren, gemeenschappen, families, huwelijken, Sun Dancers, visioen zoekers, onze vijanden, en ook voor hen die gewoon een hekel aan ons hebben. Voor alles wat met ons verbonden is, voor al mijn relaties, Mitakuya Oyasin. Hulp, begrip en medeleven en nog veel meer, voortgestuwd door het ritme van de liederen op de golven van de melodie werden de gebeden het universum in gestuurd, naar de Grote Schepper.

Oom Joe voerde het woord tijdens de ceremonie en hij nodigde altijd iedereen uit om te komen als ze wilden.
“’s Zondags of ’s woensdags,” ging hij door. “Soms zijn we maar met z’n vieren in de zweethut….dan kan ik gaan liggen.” Een typisch opmerking die nergens op sloeg, want Joe ging nooit liggen. Iedereen schoot in de lach en Owen zei: ”Soms bidden we op z’n kant.”
Tussen de rondes door vroeg iemand uit het donker waar de twee nieuwkomers waren gebleven.
“Die zijn vast soep eten.” antwoordde een andere stem uit het donker en iedereen grinnikte. Weer een ander stem herhaalde het en iedereen grinnikte weer.
Toen zei weer iemand anders: “Ze eten vast alle vlees uit de soep.” En iedereen lachte hardop.

Nadien zaten twintig mensen met een verlicht hart in de kleine cabin. De kinderen lagen boven op de vliering glimlachend naar beneden te kijken waar de volwassen op elkaar gepropt zaten.
Misty maakte een kopje eten voor de geesten klaar. Ze pakte een klein koffie kopje, deed er wat soep in, een stukje cracker en een bonk van de koek die ik gemaakt had waarvan de jongens zeiden dat het net steen was. Tom sprak een gebed uit over het kopje en Misty zorgde dat het naar buiten werd gebracht. Ze gaf het in de veilige handen van Kerstel, een van haar kinderen. De mensen die geluk hadden kregen een soepkom, de rest moest zijn soep uit een koffiekopje lepelen. Er zat heel veel vlees in de soep en iedereen prees Misty: “Goede soep, Misty.”

De jongens hadden volop praatjes tegen iedereen die maar wilde luisteren. Ze waren gewend dat ze moesten vechten om aandacht onder broertjes en zusjes. Kerstel, die na de derde ronde de zweethut had verlaten vertelde dat terwijl wij zaten te zingen tijdens de laatste ronde, het hoofd van een klein mannetje was opgedoken vanachter de vuurpit. Hij had even met zijn gele ogen rondgekeken en was toen weer verdwenen. “Hij was zo groot.” had Kerstel eraan toegevoegd met zijn hand ongeveer zijn borsthoogte aangevend.
Ze zeggen wel eens dat kinderen dingen kunnen zien, die wij volwassenen niet meer kunnen zien.
Kassel en zijn twaalf jaar oude zusje Krystal, die alle vier de rondes hadden uitgezeten, zeiden dat ze niet waren gaan liggen.
“Ik heb de hele tijd rechtop gezeten.” zei de negen jaar oude Kassel, zijn gezicht was rood en gloeide nog helemaal. “Ik ook!” zei Krystal.
De volgende morgen was het kopje eten dat voor de geesten buiten was neergezet, leeg.