De Oude Man

Zo noemen we hem allemaal. Af en toe noemen we hem Leksi (lek-shi), oom. Maar iedereen uit de tiospaye (uitgebreide familie) en de bij ceremonies die hij leidt, noemt hem meestal De Oude Man.
Eigenlijk is hij niet eens zo oud. Hij is ongeveer ….oooh,…vier jaar oud, meestal is hij rond de vijf en twintig. Tijdens de ceremonies is hij rond de vier- vijfhonderd jaar oud. Chronologisch gezien is hij zeven en zeventig en hij is ongetwijfeld de jongste zeven en zeventig jarige op het hele reservaat. Hij rent elke dag drie en een halve kilometers en dankt zijn goede gezondheid aan dit, zoals hij altijd zegt en dan wijst hij met beide handen naar de zweethut.

Ernest is de oudste van zeven broers en hij is de spirituele leider van de Afraid of Bear Tiospaye sinds de dood van zijn broer Lareu. Tijdens zijn introductiepraatje, toen hij een van de eerste keren de zweethutceremonie leidde, kort na de dood van zijn broer, zei hij: ”Toen Larue nog leefde zat hij hier. Nu is het mijn tijd om hier te zitten en te zorgen voor de volgende zeven generaties.”
Ernest is een directe afstammeling van de broer van de beroemde medicijn man George Sword, wiens interviews, gedaan door James Walker, het merendeel van de tekst geleverd hebben voor de bijbel over de Manier van leven van het Volk (The Way of the People) en het boek Lakota Belief and Ritual. Ernest leidt twee keer per week de zweethut ceremonie hier op Slim Buttes  en is organisator en leider van de Afraid of Bear en American Horse Sun Dance, samen met Vern en Joe American Horse, een volle neef van hem.

Discreet, bescheiden en gevoelig als hij is, is hij een soort van onaanraakbaar mens. Hij laat alles langs zich afglijden lijkt het wel. Hij accepteert dingen zoals ze komen, hij heeft een geweldig gevoel voor humor, is altijd positief en hij houdt zijn gebeden voor zich.
Dat is wel ongeveer zoals hij in elkaar steekt. Na tien jaar samenwerken en met hem omgaan heb ik ontdekt dat hij de personificatie is van bescheidenheid.
“Aaach, dat is niks!” zei hij op een dag tegen mij en wuifde mijn ongerustheid weg met zijn hand toen hij zijn mening gaf over één van de zeldzame keren dat ik een verontrustend meningsverschil had met mijn zus. “Ach man, dat is niks!”
En hij had gelijk. Er zijn wel ergere zaken waar je je beter druk over kunt maken en er is nog zoveel te doen….en we hebben elkaar keihard nodig.

Hij is drie keer getrouwd geweest en hij heeft volwassen kinderen rondlopen. Verder zijn er een aantal geadopteerde zonen die hem Ate (Ah-tay, vader) noemen, of Tunkasi (schoonvader) en er zijn zelfs mensen buiten de tiospaye die hem opzoeken voor zijn raad en leiderschap. Hij scheldt nooit, noch wijst hij mensen terecht en iedereen voelt zich op z’n gemak bij hem.
“Ik wilde ze niet onnodig kwetsen.” zei hij vaak als hij zich in hield als er eigenlijk weer eens iets tegen iemand gezegd moest worden over het een of ander. Weken of maanden daarna zou hij het tegen iemand anders vertellen, maar dan wist hij precies dat het via via zou worden doorgegeven en terecht zou komen bij de persoon voor wie het bedoeld was. Hij zegt nooit iets om iemand direct terecht te wijzen of te corrigeren. Ik heb hem nog nooit horen zeggen: “Je zou eigenlijk…. of je moet dat of dat doen.” Hij onderwijst op de manier waarop een grootvader dat doet en vertelt veel verhalen uit de oude tijd toen zijn grootvader nog leefde.
“Opa vertelde ons een heleboel dingen, maar we waren altijd druk.” vertelde hij wel eens terwijl hij zijn handen langs elkaar sloeg en dan één hand uitstrekte voor zich uit in een gebaar dat hij de deur uit vloog en er vandoor ging. “ Man, ik wou dat ik toen beter had opgelet.”

Ernest houdt ervan om over zijn ingebeelde vriendinnen te praten en het lijkt erop dat hij er genoegen in schept om op de zenuwen van zijn directe buurvrouw Bernice Brown Eyes te werken.
“Hé, ik ga trouwen.” zei hij eens tegen haar.
“Met wie,” vroeg ze, “hoe heet ze?”
“Dat weet ik niet.”
“Ooh, hoe ziet ze er dan uit?” had ze gezegd
“Aahhh, dat weet ik niet.”
“Hoe oud is ze dan?” had ze gevraagd
“Dat weet ik ook niet.”
“Ach man, maak toch dat je wegkomt!” had ze boos geroepen.
Hij vertelt dit verhaal steeds weer. Dan schatert hij het uit van het lachen, genietend van dat het hem gelukt was Bernice op stang te jagen.
Tegenwoordig zegt hij dat hij vrijgezel is. “Ik ben gelukkig op deze manier.” zei hij pas. Maar hij vertelt vervolgens rustig dat hij er zestien of zeventien vriendinnetjes op na houdt en hij praat bijzonder graag over de jongste. “Ik weet niet wat ik van haar moet denken,” zegt hij dan, “ze is wel erg jong.”
“Hoe oud is ze dan Leksi?”
“Twee en twintig of vier en twintig.”
“Hoe heet ze?”
“Weet ik veel.”

Ernest staat elke ochtend om vijf uur op en maakt dan ontbijt klaar voor zijn kleinkinderen. Daarna brengt hij ze naar twee of drie bushaltes van de schoolbus. Als de school uit is, gaat hij weer terug om ze allemaal op te pikken.
Daarna verandert hij in een babysitter voor zijn zoon en schoondochter en wordt taxichauffeur voor zijn kleinkinderen die ergens heen willen. Meestal betekent dat heen en weer rijden naar het dorp Pine Ridge of naar Chadron in Nebraska.
Op woensdag en zondag avond, als hij de zweethut ceremonie leidt, probeert hij altijd vroeg te komen.
“Ik moest snel maken dat ik daar wegkwam,” zegt hij dan altijd “om te ontsnappen aan mijn taak als babysitter.”
Af en toe vergeet hij zijn korte broek en een handdoek.
“Ik had ze nog zo klaar gelegd toen ik van huis weg ging. En ik ging naar buiten en in de haast ben ik ze gewoon vergeten. Jeetje man, volgens mij wordt ik oud.”

Altijd heeft hij zijn zonnebril op, samen met zijn baseballpet en is hij gekleed in spijkerbroek, oude zwarte schoenen en een versleten en verschoten katoenen shirt, wat zo’n beetje de standaard klederdracht is van de oudere mannen op het reservaat. Als je hem op straat zou tegenkomen zou je niet zeggen dat hij een spiritueel leider is. “Een gewone man, een ikce wicasa” zo noemt hij zichzelf. “De man,” zegt hij, “die we allemaal zouden moeten zijn.” Alhoewel velen hem Heilige Man noemen. Hij heeft zeker de autoriteit en hij heeft de kracht.

Als organisator en leider bij de Sun Dance, doet hij één of twee keer per avond een zweethut in het grote kamp. Hij gaat soms wel door tot drie uur ’s nachts. Hij heeft een fijne neus voor nieuwkomers en heeft nooit iemand laten omkomen van de hitte gedurende een zweethut ceremonie, alhoewel mensen wel eens hoofdschuddend de zweethut uit komen. Ze geven daarmee uiting aan zijn gevoel voor kracht, uithoudingsvermogen en intensiteit.
“Tjonge, wat was dat heet zeg” zei hij wel eens na de ceremonie. Net of hij er niets mee te maken heeft hoe heet het word in de zweethut.

Ernest en de andere oude mannen houden ervan om verhalen te vertellen, liefst over elkaar, vaak over hun uitspattingen toen ze nog jong waren. Ze rekken de verhalen altijd en voegen elke keer twee of drie leugens eraan toe, maar het is altijd nog net geloofwaardig.
Ze vinden het geweldig als ik een relaas houd over Azië, waar ik ooit eens tegen een nazaat van ze ben aangelopen. Zij hadden daar gediend in de tweede wereldoorlog. Het verhaal wordt verteld waar ze bij zitten terwijl het vertelt wordt tegen de andere gasten die er zijn.
“Hoe heet jij?” vroeg ik de kinderen die ik daar zag.
“Afraid of Bear” herhaalden de acht kinderen die half Aziatisch en half Indiaans waren.
‘Afraid of Bear, Afraid of Bear, Afraid of Bear, Afraid of Bear.”
“Dezelfde moeder?”
“Oh nee, andere moeddah, zelfde vadah.”
“Mijn moeddah zegt één dag mijn vadah kom terug. Hij nooit kom niet terug!”
De oude mannen schuddebuiken dan van het lachen en vertellen het weer aan elkaar, veranderen de namen, voegen iets toe, verdraaien het en maken het grappiger. Als ze dan bij het eind van het verhaal komen lachen ze zich helemaal rot, ze blijven maar lachen en schateren en gieren van de pret.

Ze zeggen dat in de oude tijd, voordat er tv was, dat het entertainment was in de winter. Dat deden de mensen om de lange avonden door te komen. Ze kwamen bij elkaar en dan stond er één op en vertelde verhalen. Misschien dat er een kern van waarheid in zat, maar meestal werd er flink uitgeweid en het werd verdraaid, maar het was altijd nog net geloofwaardig. De winnaar van de avond was hij of zij die het meest geloofwaardige verhaal wist te vertellen en daarbij iedereen aan het lachen kreeg.

Als we bij het vuur staan of zitten, wil Ernest outof the blue nog wel eens iets zeggen waarbij hij de vaak lange stiltes doorbreekt die er meestal zijn voordat we de zweethut in gaan.
“Ik ben precies om twintig minuten over twee deze middag uit het hondenhok gekropen.”
“Uit het hondenhok?”
“Yep. Er lag een shirt en een paar sokken in die ik nodig had. Ik wou niet terug gaan. Ze had gezegd: “Sodemieter op!” en toen heb ik tegen haar gezegd: “Ik verstond je de eerst keer ook wel hoor!”
Dan lachen we allemaal en hij zal dan de laatste zin herhalen van het gesprek waarover hij vertelt:  “Ik verstond je de eerste keer ook wel hoor.” En hij zal dan doorgaan, praten voor beide partijen…..”Oh ja? Volgende kee….Oh Nee! Er zal echt geen volgende keer zijn!”

Je kon merken dat hij getrouwd was, alleen al door de manier van zijn controversiële conferences. Na de ceremonie, als iedereen gewoon een beetje rondhangt en grapjes staat te maken of een beetje in het vuur staat te staren, zal de oude man uiteindelijk aankondigen dat hij gaat vertrekken.
“Nou wordt het toch echt tijd dat ik op stap. Anders moet ik de nacht echt in het hondenhok doorbrengen.”
Eigenlijk moet hij dan naar huis, zodat hij de volgende morgen vroeg zijn kleinkinderen op tijd weg kan brengen naar de schoolbus.
Iedereen zal lachen als hij de kring rondgaat en ieder van ons de hand schudt. Om hem te pesten kan het zijn dat er iemand zegt: “Ze heeft hem gezegd direct naar huis te komen als we klaar zijn.”
“Welllllllokay,” zal hij dan zeggen, terwijl hij goedenacht zwaait naar iedereen. Hij heeft een paar van die stopwoorden die hij veelvuldig gebruikt als hij ergens op moet reageren. Een van die stopwoorden is: “Dat is oooohhhkay. Dat is heeelemaal goed!”
Nog een is: “Ik zei toch niets?”

Toen we een keer in de keuken zaten om koffie te drinken ( hij kon in zijn eentje twee potten koffie op)  vroeg ik hem hoe lang iemand zich moet voorbereiden op de Sun Dance. Hij hield vier vingers op. “Vier jaar.” zei hij.
“Viiiieeeeeerrrr jaaaaaarrrrrrr.”
Ik knikte en het werd weer stil in de keuken.
“Of één.” zei hij na een tijdje en hij stak één vinger op. “Vier jaar of één jaar.”
Tijdens datzelfde gesprek bespraken we een onderwerp waarover de meer conservatieve indianen op het reservaat zich druk konden maken. Ik vroeg hem wat hij dacht van alle blanke mensen die op de Dance af kwamen. Weer stak hij vier vingers in de lucht. “Er zijn vier kleuren,” zei hij, “Rood, Wit, Zwart en Geel, voor elk volk één. Iedereen die met ons wil bidden, kan komen bidden.”
Toen we voorbereidingen troffen voor de eerst Sun Dance die gehouden zou worden in het gebied van de Wild Horse Sanctury, had zijn broer Larue ooit eens tijdens een zweethut gezegd: “Er zullen mensen op af komen uit alle vier de windstreken. Wijs nooit iemand af!”

Larue was in tegenstelling tot Ernest die meer extravert en grappig is, erg stil en teruggetrokken en gebruikte slechts nu en dan Engels als hij sprak.
Ernest daarentegen is af en toe echt hilarisch. Maar als hij de zweethut binnengaat verandert hij. Hij wordt een heel andere persoon. Hij legt de blanke taal af en gebruikt dan alleen nog zijn geboortetaal Lakota tijdens de ceremonie. Als hij spreekt wordt het vertaald en hij is helemaal geconcentreerd. Pas als alles gebeurd is, na de ceremonie, als we rond het vuur zitten, wordt hij weer zijn komische zelf.
“Mijn grootvader heeft ons geleerd als we de zweethut binnengaan dat we al onze grappenmakerij en gelach buiten moeten achterlaten. Als we eruit komen kunnen we het weer oppakken. Ernest heeft deze boodschap van zijn grootvader wel meer dan tien keer tegen mij verteld en blijft het ook herhalen tegen anderen. “Want als we daar binnen zijn,” zegt hij dan,”zouden we alleen maar moeten bidden. Bidden tot de Grote Schepper.”

Dus als iemand zich afvraagt hoe hij of zij zich moet gedragen in de zweethut, hoeven ze alleen maar naar hem te kijken. Hij blijft gefocust op zijn gebeden en tussen de rondes door, wanneer de deur open gaat en het water wordt rondgegeven, blijft hij stil, hij lacht niet om wat er gezegd wordt en als het water bij hem komt blijft hij doorbidden, maar dan met het water.
Ik heb Ernest nog nooit zien gaan liggen in de zweethut. Nooit. Hij zit altijd rechtop, als een stenen Boeddah, zelfs als de hitte de jonge mannen dwingt de grond op te zoeken om maar zo laag mogelijk te blijven of als het nog erger is en mensen de zweethut uitvluchten.

Als we bezoekers hebben, ook oudere blanke mensen die rondtoeren op het reservaat die een zweethut willen meemaken en die hun bezorgdheid en twijfel laten merken als ze de zweethut ingaan, zal Tom, Ernest’s schoonzoon, geruststellend tegen ze zeggen dat ze zich geen zorgen hoeven te maken.”Maakt u zich geen zorgen, er is geen vuiltje aan de lucht. De man die de ceremonie leidt is zeven en zeventig jaar oud.”
Dan zijn ze zichtbaar opgelucht….totdat ze daarbinnen zijn en de Oude Man de temperatuur begint op te jagen! Dat is de manier om hun gezichten tegen de aarde te krijgen. Yep, hij kan je echt contact laten hebben met Moeder Aarde. Als hij ons weer plat krijgt op een willekeurige zweethut ceremonie, gebeurt het wel eens als we eruit komen dat we elkaar vragen of we aarde op onze lippen hebben.

Ik heb hem nog nooit boos gezien, noch heb ik hem zich ooit zien opwinden over een opmerking die iemand maakte. Het slechtste wat ik hem ooit heb horen zeggen over iemand was toen hij het had over die jonge “instant in één nacht klaargestoomde medicijn mannen”. Hij deed een uitspraak waarvan wij, jonge mannen, opkeken. “Die man van hier…die weet een klein beetje……maar die andere man van daar, die denkt dat hij alles weet!”
In tegenstelling tot Beatrice, die de grootmoeder is van de tiospaye en die zich overal mee bemoeit en overal op het hele reservaat invloed heeft, is Ernest als spiritueel leider meer bezig met lokale zaken van de uitgebreide familie. Alhoewel, tijdens de Sun Dance zie je dat hij vele contacten heeft met mensen van buiten het reservaat die vanuit alle kanten van het land komen.

En hij vertelt graag over zijn trips naar het veteranen ziekenhuis. Hij laat daar allerlei lichamelijke testen doen. Elke keer laat hij ze uitzoeken van wat hij zegt te denken dat hij mankeert. De ene keer is het zijn hart, de andere keer zijn longen, dan weer zijn bloeddruk enz, en hij hoopt dan afgekeurd te worden en in aanmerking te komen voor een invaliditeitspensioen. Na elk onderzoek zegt de dokter helaas altijd weer hetzelfde. “Er is niets mis met u meneer Afraid of Bear. U kunt gewoon weer aan het werk gaan of verder gaan met wat u dan ook aan het doen was.