Iedereen heeft wel eens van een zweethut ceremonie gehoord. In dit verhaal wordt uitgebreid ingegaan op hoe heet er aan toe kan gaan tijdens een zweethut ceremonie.
De warmte wordt in de hut gebracht door verhitte stenen. Hier gooit de medicijnman water op en op die manier wordt bepaald hoe heet het wordt. Hoe meer stenen, hoe heter.
De ceremonie bestaat uit vier rondes zweten. Tussendoor gaat het deken die voor de ingang hangt, open. Als het niet meer te harden is, is dat een moment om de ceremonie te verlaten. Zo’n ronde wordt ook wel een deur genoemd.
Dit verhaal gaat over een ceremonie waar het heel druk is en het wordt heel erg heet. Normaal kan je dan verlichting zoeken door op de grond te gaan liggen. Laag bij de grond is de temperatuur lager, zit de hut vol, dan gaat dat niet.

Dubbele rij op woensdag.

Er stond weer eens veel wind. Het waaide veel te hard om wortels te planten. De wind was de hele dag stabiel, windkracht zes tot zeven met een snelheid van ongeveer vijftig kilometer per uur, met af en toe een uitschieter naar negentig, windkracht tien. Heel erg vervelend als je lang buiten moest zijn. Het was al de hele week zo, een  ongenadige, gemene wind. Als je water op pompte, kwam het horizontaal uit de pomp, het raakte de grond niet eens.
Alles wat niet vastgespijkerd zat waaide weg en wat wel vastgespijkerd zat, waaiden kapot. En als de wind eerst uit het noorden waaide, draaide hij onverwachts naar het zuiden, om vervolgens vanuit het zuiden weer naar het oosten te draaien om daarna weer vanuit het westen te gaan waaien. Vanuit daar was het ook begonnen. Het gevolg was dat papier, plastic en alle ander vuile troep die eindelijk was weggewaaid, weer netjes teruggeblazen werd naar de plek waar het oorspronkelijk vandaan kwam.

Die dag kwamen mensen vroeg opdagen voor de zweethut. De deur stond de hele dag te slaan. Of hij zwaaide met een luide klap wagenwijd open als er iemand naar buiten ging en hij sloeg weer met een smak dicht als er iemand naar binnen kwam.
Tom Cook, Manuel, Martin en Lupe kwamen ’s ochtends al vanaf de andere kant van de heuvel. Ze waren daar in de kassen aan het werk en hadden trek in koffie. Ze waren zaailingen aan het planten die later verspreid zouden worden onder de mensen over het hele reservaat. Ze moesten op die manier wel meedoen met het tuinprogramma van Tom. Het was de belangrijkste economische motor hier, hoofdzakelijk gefinancierd door de organisatie Running Strong for American Indian Youth.
Daarna stapte Bo Davis binnen voor een spelletje schaak. Hij was ook aan het werk bij de kassen. Hij maakte een van de kassen af die afgelopen zomer was opgebouwd door een timmerploeg uit de staat Main. Tussen de windvlagen door raapte ik losvliegende troep op en probeerde daarmee mijn pergola boven mijn kring te repareren. Die was in de loop van de week uit elkaar was gewaaid.

De mannen vertokken na een tijdje weer, maar kwamen rond het middaguur terug voor de burito’s met bonen, kaas, tomaat, ui en avocado, aangevuld met de smerige door de overheid verstrekte macaroni met kaas.
Watecha, de hond die eens van Sandy was, hing hier al een maand rond. Hij rende achter de trucks van de mannen aan alsof hij ze de heuvel af wilde jagen, en toen ze terug kwamen joeg de hond de trucks de heuvel op. Daarna wachtte hij op het dagelijkse portie eten van Fuzz. Omdat we Fuzz een kogel achter in zijn kop hadden geschoten, hoefde hij niet langer en de boel te bewaken. Die taak had Watecha gewoon overgenomen.
De mannen gingen later nog terug aan hun werk maar kwamen al snel weer terug.
“Het waait te hard om te werken.” zeiden ze. Het was beter om binnen te blijven en wat literatuur door te bladeren, koffie te drinken en naar de BBC te luisteren.

Rond een uur of drie kwam de oude man opdagen. Hij was lopend.
“Hoe ben jij nou hier gekomen? “ vroeg Tom.
“Ik ben komen lopen” antwoordde hij, “Ik zat zonder benzine.”
“Lopen?” Het was een kilometer of zes van zijn huis naar hier zoals de kraai vliegt.
“Hoe ben je dan de rivier overgestoken?”
De Oude Man maakte een lopend gebaar met zijn vingers.
“Je hebt over water gelopen?”
“Ik ben naar de overkant gewaad,” zei hij, “m’n schoenen, sokken en broek uitgetrokken en die heb ik naar de overkant gegooid.”
“’t Is daar ongeveer zo diep.” zei hij, terwijl hij zijn hand halverwege zijn borst hield met de palm naar beneden. “Vroeger deed ik dat zo vaak.”
“Eeeeeeeeeeyaaaa, dat was toch zeker wel heel erg koud!?”
“Yep,” zei hij, “dat water is nog steeds heel erg koud. De zweethut wordt vanavond goed heet!”

Rond een uur of vier kwamen er nog meer gasten opdagen. Zij gingen meteen richting de zweethut. Dat waren Owen Warrior en Big Mike.
Ron Holton en iemand  die hier voor de eerste keer kwam en voor het eerst een zweethut ceremonie mee ging maken, gingen ook direct door naar de zweethut. De annen daar begonnen met elkaar de hut klaar te maken voor de ceremonie. Zij haalden de dekens eraf die gedeeltelijk door de wind waren losgetrokken en begonnen ze er weer goed op te leggen. Het klaarmaken van de zweethut was een wekelijks ritueel.
Ze maakten de vuurpit schoon en de kuil voor de stenen, trokken de matten uit de hut, begonnen hout te hakken en een brandstapel te bouwen in de vuurpit.

Toen kwam Solomon Red Bear aan. Hij kwam uit de buurt van Potato Creek  aan de andere kant van het reservaat. Hij bracht zijn vrouw Rachel mee en hun dochter. Solomon kwam het huis binnen met zijn broek erg laag om zijn reet, Lakota stijl. Hij liet de vrouwen in de auto. Hij ging op een stoel zitten, at de laatste burito op en stak daarna een sigaret op. Zijn handen trilden zo hard dat de as vanzelf van de sigaret zo op de grond viel.
Toen het vuur zo ongeveer een uur brandde, kwam oude oom Ike Yellow Bull aan en kort daarna vier of vijf jongens van de Red Cloud familie. Toen kwam de zoon van Lupe, Chache, met zijn vrouw en de kleine meid., kort daarop gevolgd door  Misty Sioux Davis met twee dochters, haar zus Vicky en vriend met in hun kielzog een paar Lakota vrouwen die ik niet kende. Zij wilden hier de zweethut doen omdat het hier veilig was en ze wilden voorkomen dat ze zouden worden lastig gevallen zoals de laatste keer gebeurde op de plek waar ze normaal gingen. Tenminste, dat vertelden ze.
Op het laatst moment arriveerden er nog meer mensen uit Porcupine, Wounded Knee, het dorp Pine Ridge en Potato Creek. Samen met de vaste groep was het een heel stel bij elkaar.

Het duurde niet lang of iedereen stond rond het vuur te wachten op Joe American Horse, die net terug was uit Duitsland.
“Hoeveel stenen?” vroeg Solomon.
“Allemaal plus twee”
Avery Red Cloud haalde zijn drum tevoorschijn and Tom zong vier Peyote songs bij het vuur. De Oude Man rookte een sigaret terwijl hij stond uit te kijken naar de auto van Joe American Horse. Toen de sigaret op was kwam hij aan.
“Maak je maar klaar, de Oude Man gaat naar binnen.”

Iedereen liep snel naar zijn auto om zijn spullen weg te leggen en er vormde er zich een lange rij achter de vier ooms. We wachtten geduldig en respectvol zodat zij eerst naar binnen konden gaan en daarna volgde rest.
“Dat wordt niet gaan liggen vanavond.” zeiden de mensen plagend tegen elkaar omdat ze door de drukte rechtop moesten blijven zitten.
Vier en twintig gingen er naar binnen, dat maakte het tot een stampvol huis, ongebruikelijk veel voor de woensdagavond.
“Opschuiven,” werd er geroepen, “er komen er nog vier bij.” Er bleven mensen komen “maak maar twee rijen”

De mensen zaten bijna bovenop de kuil met de stenen. Alle stenen kwamen rood gloeiend naar binnen. Na de eerste ‘deur’ gingen er zes mensen naar buiten om op adem te komen. Twee van hen waren niet meer terug naar binnen gekomen. Na de tweede ‘deur’ verlieten de kleine meiden en een stuk of zes anderen de zweethut, de zweetdruppels glinsterden in de weerschijn van het vuur, sommige lieten zich gewoon neerploffen op de tapijten, de stoom rolde van hun lichamen.
De Oude Man was ze naar buiten aan het jagen. Zelfs Oom Solomon kwam naar buiten. Sommigen bleven een ‘deur’ buiten en gingen dan weer naar binnen. Alle anderen zaten te hijgen en te puffen en waren dolblij als het water rondging. Sommigen lagen helemaal uitgevloerd op de grond. Ze hadden ruimte gevonden omdat er iemand in hun buurt naar buiten was gegaan.

Twee en twintig mensen kwamen er uiteindelijk uit de zweethut aan het eind van de ceremonie. Het leek wel zo’n tekenfilm waarin een eindeloze rij indianen uit een hele kleine tipi kwamen. Mensen droogden zich af en kleedden zich aan, schudden elkaar de hand en stonden rond de gloeiende resten  van het vuur in de vuurpit onder een bijna volle maan bij te komen. Jupiter, Venus en Mars stonden helder aan de westelijke lucht. Je kon het water in de White River, aan de andere kant van de heuvel, horen stromen. De coyotes waren stil. De wind was eindelijk gaan liggen.