Slim Buttes road.

 

Vier lekke banden in twee weken tijd zorgden voor de nodige inspiratie om dit verhaal over deze weg te schrijven. Slim Buttes road is een moordenaar.

 “Het moet wel één van de slechtste wegen zijn in heel Amerika” lachte Mike in de Hills Tire Shop in Chadron, terwijl hij de band insmeerde met zeepwater op zoek naar het lek.

“Ahhhhh!, daar zit het,” zei hij, “ziet er naar uit dat het weer een steent is die door de band geprikt heeft.”

Dat is dan één spijker en drie stenen in twee weken tijd.

“Je moet ook niet over die weg rijden.” zei Mike, alsof hij een arts was die een longpatiënt het roken ontraadde. Terwijl hij de band van de velg afhaalde met de hydraulische banden wipper van de werkplaats. “Je kan beter omrijden.”

“Ik kan de weg niet mijden, ik woon ergens halverwege.”

“Dan hebben ze er vast pas weer vers gravel op gegooid.” Zei hij, “jij bent vandaag de vierde die hier binnenkomt met een lekke band door die weg.”

Slim Buttes road  loopt van noord naar zuid, een kilometer of vijftig lang en verbindt Highway 18 die langs Oglala loopt met highway 20 die door Chadron loopt. Het noordelijke gedeelte van de weg is deels geasfalteerd tot aan de grens van het reservaat dan wordt het gravel en tot de weg in Chadron aankomt , twee en dertig kilometer verderop.

Als ik naar het noorden rijd vanuit mijn ruim anderhalve kilometer lange hobbelige en verrot gereden oprit, is de weg op zijn slechtst. Het verkeer moet afremmen tot nog geen tien km per uur om over de weg tussen de butsen en de gaten en het gebroken asfalt door te kunnen navigeren. Ga je sneller dan vraag je om kromme velgen, gebroken assen, kapotte veren of je helpt je spoorstangen om zeep. Op z’n minst moet je de boel opnieuw laten uitlijnen zoals mijn dochter onlangs ontdekte. “Die weg is pas echt kut!” merkte ze pas op.

Precies op dit punt is aan de passagierskant een extra bandenspoor in de berm waar iedereen off the road rijdt om de weg te vermijden. Tenminste, het zit aan de passagierskant als je naar het noorden rijdt. Maar ook de mensen die zuidwaarts rijden gebruiken die sporen, dus omdat dat stuk op die manier beter berijdbaar is, rijden zij aan de verkeerde kant van de weg. Op een gegeven moment moet je een heuvel over en als je naar boven rijdt kan je nooit zien wat er van de andere kant komt. We doen dan gewoonlijk een schietgebedje en hopen dat er niemand van de andere kant komt op dat moment en voelen ons gezegend met het feit dat zelfs de grootste imbeciel daar niet hard kan rijden.

De enige die ik ken die ik ooit dat stuk sneller dan tien km per uur heb zien doen is Bo Davis, die toetertijd de politie voor moest blijven die hem achtervolgde. Hij moest ze van zich af zien te schudden. We konden vanuit mijn huis de sirenes horen gaan, eerst naar het noorden en tien minuten daarna naar het zuiden.

“Hij moet zeker meer dan 160 km per uur hebben gereden toen hij bij ons in de buurt rondscheurde,” vertelde de Oude Man die de achtervolging in alle details aan ons beschreef die avond bij het vuur voor de sweat lodge. “Politie boverop zijn staart,” zei ik nog. “Ik mag hangen als dat BO Davis niet is!”

Uiteindelijk heeft Bo de auto totall loss gereden en kon te voet ontkomen, maar ze hebben hem later gearresteerd op de parkeerplaats van Sioux Nation, de supermarkt in Pine Ridge.

“Ik wist dat ze me niet meer konden pakken als ik de rivieredding maar kon bereiken. Ik ken die rivier als mijn broekzak!”

Naar het noorden vlak voor de T splitsing van waaruit een weg oostwaarts naar Pine Ridge gaat, zit een reeks van vijf spoorstang vermoordende kuilen. Daar wordt je niet goed van. Je kan er ongeschonden langs als je weet waar ze zitten. Eerst tussendoor, dan naar rechts, verder naar rechts, precies tussendoor, dan scherp naar links er net langs. Als je één van deze kuilen vol aan raakt, kan je auto naar de garage. Ze zijn goed om de vullingen uit je kiezen te rammelen of als je geluk hebt komen alleen je koplampen eruit poppen, zoals in de oude Donald Duck strips, als Donald zijn pieremegoggel  om een lantaarnpaal heen vouwt en de koplampen eruit poppen aan van die springveren.

Nadat je de serie gaten hebt omzeild, gaat de weg omhoog om over de heuvel bij de kerk zich weer abrupt naar beneden te slingeren, het lijkt daar wel een achtbaan compleet met uithollingen overdwars als extraatje. Die uitholling overdwars komen van herhaaldelijk vriezen en dooien en je kan daar echt niet harder dan zestig. Ga je sneller dan heb je kans dat je de bodem van je auto verziekt. Nadat de vering volledig is uitgerekt omdat de auto wordt gelanceerd en opstijgt, wordt je vervolgens met een klap weer op het wegdek gesmeten, je loopt op dat moment het risico op nekblessures van iedereen in de auto als ze hun kop stoten tegen het dak.

Er zijn daar ter plekke permanente lange parallel aan elkaar lopende witte littekens in het zwarte wegdek van drainpluggen van carterpannen van auto’s die daar over het wegdek geschuurd hebben.

Ik reed er een keer met een roodharige uit Washington mee. Zij  reed in een huurauto en deed dat stuk zeker tachtig waardoor iedereen van zijn of haar zetel werd gelicht. “Je kan beter wat langzamer gaan rijden.” zei ik nog tegen haar terwijl ik mijn handen tegen het plafond zette om mezelf in mijn zetel te drukken. In plaats van dat ze langzamer ging, kreeg ze een duivelse glinstering in haar ogen , ze lachte luid en trapte het gas helemaal in. Hoe bedoel je, remmen? Zij was nu eenmaal niet iemand die zich graag liet vertellen wat ze nou wel of niet moest doen. Als ze door een uithollingen overdwars gelanceerd werd en van de grond kwam, brulden de kinderen op de achterbank het uit van de pret als ze van hun stoel gelicht werden. “Wheeeeeeee!!!!”

De wagen kwam kreunend weer op de grond na elke sprong en je hoorde de spoiler en de hele onderkant over het wegdek schrapen. Ik kromp helemaal ineen, terwijl zij en de kinderen alleen maar lachten. Ik zei al, ze reed in een huurauto.

Na de kuilen en de uithollingen en voorbij de bagger die veroorzaakt wordt omdat een klein riviertje de weg kruist ( de staat ook wel bekend als de Gaza Strook omdat er altijd het gevaar is dat door het slijk en de blubber in een slip raakt en in de rivier terecht komen en blijven steken en af en toe wordt er ook wel eens geschoten daar.) waar de verbinding ook is met de weg die naar Pine Ridge gaat, voorbij die T splitsing, is de rest naar het noorden naar Oglala alleen nog maar gravel.

Dat gedeelte van de weg is ruw, grote gedeeltes lijken op een wasboard en het had de weg naar Baghdad kunnen zijn, net of er zojuist een konvooi had gereden die een gecombineerde artillerie- en luchtaanval te verduren had gekregen. Er zitten daar drie of vier echt grote kraters in de weg die je echt met beleid moet nemen. Of voorzichtig eromheen of nog voorzichtiger erin en met beleid aan de andere kant er weer uit. Op dat stuk zie je vaak mensen langs de kant staan met hun alarmlichten aan.

Bij mij vandaan naar het noorden, naar Oglala, dat is het goede gedeelte, het slechte gedeelte is naar het zuiden, naar Chadron.

Het eerst wat je tegenkomt als je naar het zuiden gaat, ongeveer 1,5 km hiervandaan is een enorme kuil, eigenlijk meer een grote spleet in de weg. Als je deze raakt en je gaat sneller dan 45 km/u, heb je gegarandeerd beschadigingen aan je onderstel. Ga je zuidwaarts dan klap je op de ander kant van de spleet, noordwaarts wordt je gegarandeerd gelanceerd en gaan alle vier wielen van de grond.

Tom Cook in een vlaag van met zijn gedachten al een paar kilometer verderop in plaats van met zijn aandacht bij de plek waar hij reed, hij moest naar een meeting in Porcupine of Wounded Knee, reed met mijn caddillac, Tom Ballanco als passagier over de spleet met honderdentwintig. Ik moest nieuw spoorstangen onder de auto zetten na die rit. De derde set die betsy heeft gekregen, alleen al op Slim Butte road.

Verder naar het zuiden vanaf die kuil, die overigens wel gemerkt is, zijn een paar stukken met gebroken en afgebrokkeld wegdek over een strek van een kilometer of vijf. Een snelheidsrestrictie tot 80 km/u en als je dat niet doet klapperen je tanden zo hard op elkaar dat de stukken er vanaf vliegen als je niet uitkijkt. Dan passeer je de vee drempel, zo’n wildrooster zeg maar, maar dan één bovenop een hele grote drempel. Dat is ook de grens van het reservaat en Nebraska. Vanaf daar tot Chadron is het allemaal gravel. Als je zuidwaarts rijdt staat er een bord dat waarschuwt voor koeien op de weg, naar het noorden staat een bord welcome to Pine Ridge.

Ze zeggen dat er twee meisjes om het leven zijn gekomen daar op de reservaatgrens toen zij het wildrooster raakten en net ten noorden van daar  staat twee “why die” borden die de plek markeren waar een paar jaar terug twee jongens om het leven kwamen. Zij lagen maandenlang in de greppel voordat ze werden ontdekt omdat Bo Davis heel de nacht lang een autotoeter had horen loeien. Ze gingen de volgende dag zoeken en vonden het wrak met daarin de reeds ontbonden lichamen van de jongens. Ten zuiden van het wildrooster, over de grens naar Nebraska is geen afrastering langs de weg, waardoor de zwarte angus koeien die daar grazen, zo de weg op kunnen wandelen. Je moet daar dus extra voorzichtig zijn, speciaal op donkere en regenachtige avonden en nachten. Pas mistte ik er nog net ééntje die ik op het laatste nippertje zag staan en kon onderscheiden als zo’n beest. Net een paar maanden terug reed de vrouw van mijn buurman er eentje aan veranderde daarmee in één klap het front van de auto in één grote puinhoop.

Zelfs overdag, als die beesten je toch aan moeten zien komen als je recht op ze afstuift, blijven die stomme dieren gewoon midden op de weg staan en ze gaan pas bewegen als ze je lippen kunnen lezen. Het is net of het heel lang duurt voordat het tot hun hersens doordringt dat het wel eens gevaarlijk zou kunnen zijn om daar e blijven staan. Dan krijgen ze ineens van die uitpuilende ogen, de schrik slaat ze waarschijnlijk om het hart en vervolgens rennen ze met grote sprongen weg. Ze gaan wel altijd de kant op waar hun hoofd zit, in tegenstelling tot eekhoorns en hazen…dus je kan er met 80 km/u langs zolang je de auto maar langs hun kont stuurt.

Op dit gedeelte van de weg kan je makkelijk zo’n 100 tot 140 rijden op de rechte stukken. In de bochten echter, en dat zijn er minstens een half dozijn waarvan de helft ongeveer haaks, moet je sterk afremmen naar ongev

Slim Buttes road.

 

Vier lekke banden in twee weken tijd zorgden voor de nodige inspiratie om dit verhaal over deze weg te schrijven. Slim Buttes road is een moordenaar.

 “Het moet wel één van de slechtste wegen zijn in heel Amerika” lachte Mike in de Hills Tire Shop in Chadron, terwijl hij de band insmeerde met zeepwater op zoek naar het lek.

“Ahhhhh!, daar zit het,” zei hij, “ziet er naar uit dat het weer een steent is die door de band geprikt heeft.”

Dat is dan één spijker en drie stenen in twee weken tijd.

“Je moet ook niet over die weg rijden.” zei Mike, alsof hij een arts was die een longpatiënt het roken ontraadde. Terwijl hij de band van de velg afhaalde met de hydraulische banden wipper van de werkplaats. “Je kan beter omrijden.”

“Ik kan de weg niet mijden, ik woon ergens halverwege.”

“Dan hebben ze er vast pas weer vers gravel op gegooid.” Zei hij, “jij bent vandaag de vierde die hier binnenkomt met een lekke band door die weg.”

Slim Buttes road  loopt van noord naar zuid, een kilometer of vijftig lang en verbindt Highway 18 die langs Oglala loopt met highway 20 die door Chadron loopt. Het noordelijke gedeelte van de weg is deels geasfalteerd tot aan de grens van het reservaat dan wordt het gravel en tot de weg in Chadron aankomt , twee en dertig kilometer verderop.

Als ik naar het noorden rijd vanuit mijn ruim anderhalve kilometer lange hobbelige en verrot gereden oprit, is de weg op zijn slechtst. Het verkeer moet afremmen tot nog geen tien km per uur om over de weg tussen de butsen en de gaten en het gebroken asfalt door te kunnen navigeren. Ga je sneller dan vraag je om kromme velgen, gebroken assen, kapotte veren of je helpt je spoorstangen om zeep. Op z’n minst moet je de boel opnieuw laten uitlijnen zoals mijn dochter onlangs ontdekte. “Die weg is pas echt kut!” merkte ze pas op.

Precies op dit punt is aan de passagierskant een extra bandenspoor in de berm waar iedereen off the road rijdt om de weg te vermijden. Tenminste, het zit aan de passagierskant als je naar het noorden rijdt. Maar ook de mensen die zuidwaarts rijden gebruiken die sporen, dus omdat dat stuk op die manier beter berijdbaar is, rijden zij aan de verkeerde kant van de weg. Op een gegeven moment moet je een heuvel over en als je naar boven rijdt kan je nooit zien wat er van de andere kant komt. We doen dan gewoonlijk een schietgebedje en hopen dat er niemand van de andere kant komt op dat moment en voelen ons gezegend met het feit dat zelfs de grootste imbeciel daar niet hard kan rijden.

De enige die ik ken die ik ooit dat stuk sneller dan tien km per uur heb zien doen is Bo Davis, die toetertijd de politie voor moest blijven die hem achtervolgde. Hij moest ze van zich af zien te schudden. We konden vanuit mijn huis de sirenes horen gaan, eerst naar het noorden en tien minuten daarna naar het zuiden.

“Hij moet zeker meer dan 160 km per uur hebben gereden toen hij bij ons in de buurt rondscheurde,” vertelde de Oude Man die de achtervolging in alle details aan ons beschreef die avond bij het vuur voor de sweat lodge. “Politie boverop zijn staart,” zei ik nog. “Ik mag hangen als dat BO Davis niet is!”

Uiteindelijk heeft Bo de auto totall loss gereden en kon te voet ontkomen, maar ze hebben hem later gearresteerd op de parkeerplaats van Sioux Nation, de supermarkt in Pine Ridge.

“Ik wist dat ze me niet meer konden pakken als ik de rivieredding maar kon bereiken. Ik ken die rivier als mijn broekzak!”

Naar het noorden vlak voor de T splitsing van waaruit een weg oostwaarts naar Pine Ridge gaat, zit een reeks van vijf spoorstang vermoordende kuilen. Daar wordt je niet goed van. Je kan er ongeschonden langs als je weet waar ze zitten. Eerst tussendoor, dan naar rechts, verder naar rechts, precies tussendoor, dan scherp naar links er net langs. Als je één van deze kuilen vol aan raakt, kan je auto naar de garage. Ze zijn goed om de vullingen uit je kiezen te rammelen of als je geluk hebt komen alleen je koplampen eruit poppen, zoals in de oude Donald Duck strips, als Donald zijn pieremegoggel  om een lantaarnpaal heen vouwt en de koplampen eruit poppen aan van die springveren.

Nadat je de serie gaten hebt omzeild, gaat de weg omhoog om over de heuvel bij de kerk zich weer abrupt naar beneden te slingeren, het lijkt daar wel een achtbaan compleet met uithollingen overdwars als extraatje. Die uitholling overdwars komen van herhaaldelijk vriezen en dooien en je kan daar echt niet harder dan zestig. Ga je sneller dan heb je kans dat je de bodem van je auto verziekt. Nadat de vering volledig is uitgerekt omdat de auto wordt gelanceerd en opstijgt, wordt je vervolgens met een klap weer op het wegdek gesmeten, je loopt op dat moment het risico op nekblessures van iedereen in de auto als ze hun kop stoten tegen het dak.

Er zijn daar ter plekke permanente lange parallel aan elkaar lopende witte littekens in het zwarte wegdek van drainpluggen van carterpannen van auto’s die daar over het wegdek geschuurd hebben.

Ik reed er een keer met een roodharige uit Washington mee. Zij  reed in een huurauto en deed dat stuk zeker tachtig waardoor iedereen van zijn of haar zetel werd gelicht. “Je kan beter wat langzamer gaan rijden.” zei ik nog tegen haar terwijl ik mijn handen tegen het plafond zette om mezelf in mijn zetel te drukken. In plaats van dat ze langzamer ging, kreeg ze een duivelse glinstering in haar ogen , ze lachte luid en trapte het gas helemaal in. Hoe bedoel je, remmen? Zij was nu eenmaal niet iemand die zich graag liet vertellen wat ze nou wel of niet moest doen. Als ze door een uithollingen overdwars gelanceerd werd en van de grond kwam, brulden de kinderen op de achterbank het uit van de pret als ze van hun stoel gelicht werden. “Wheeeeeeee!!!!”

De wagen kwam kreunend weer op de grond na elke sprong en je hoorde de spoiler en de hele onderkant over het wegdek schrapen. Ik kromp helemaal ineen, terwijl zij en de kinderen alleen maar lachten. Ik zei al, ze reed in een huurauto.

Na de kuilen en de uithollingen en voorbij de bagger die veroorzaakt wordt omdat een klein riviertje de weg kruist ( de staat ook wel bekend als de Gaza Strook omdat er altijd het gevaar is dat door het slijk en de blubber in een slip raakt en in de rivier terecht komen en blijven steken en af en toe wordt er ook wel eens geschoten daar.) waar de verbinding ook is met de weg die naar Pine Ridge gaat, voorbij die T splitsing, is de rest naar het noorden naar Oglala alleen nog maar gravel.

Dat gedeelte van de weg is ruw, grote gedeeltes lijken op een wasboard en het had de weg naar Baghdad kunnen zijn, net of er zojuist een konvooi had gereden die een gecombineerde artillerie- en luchtaanval te verduren had gekregen. Er zitten daar drie of vier echt grote kraters in de weg die je echt met beleid moet nemen. Of voorzichtig eromheen of nog voorzichtiger erin en met beleid aan de andere kant er weer uit. Op dat stuk zie je vaak mensen langs de kant staan met hun alarmlichten aan.

Bij mij vandaan naar het noorden, naar Oglala, dat is het goede gedeelte, het slechte gedeelte is naar het zuiden, naar Chadron.

Het eerst wat je tegenkomt als je naar het zuiden gaat, ongeveer 1,5 km hiervandaan is een enorme kuil, eigenlijk meer een grote spleet in de weg. Als je deze raakt en je gaat sneller dan 45 km/u, heb je gegarandeerd beschadigingen aan je onderstel. Ga je zuidwaarts dan klap je op de ander kant van de spleet, noordwaarts wordt je gegarandeerd gelanceerd en gaan alle vier wielen van de grond.

Tom Cook in een vlaag van met zijn gedachten al een paar kilometer verderop in plaats van met zijn aandacht bij de plek waar hij reed, hij moest naar een meeting in Porcupine of Wounded Knee, reed met mijn caddillac, Tom Ballanco als passagier over de spleet met honderdentwintig. Ik moest nieuw spoorstangen onder de auto zetten na die rit. De derde set die betsy heeft gekregen, alleen al op Slim Butte road.

Verder naar het zuiden vanaf die kuil, die overigens wel gemerkt is, zijn een paar stukken met gebroken en afgebrokkeld wegdek over een strek van een kilometer of vijf. Een snelheidsrestrictie tot 80 km/u en als je dat niet doet klapperen je tanden zo hard op elkaar dat de stukken er vanaf vliegen als je niet uitkijkt. Dan passeer je de vee drempel, zo’n wildrooster zeg maar, maar dan één bovenop een hele grote drempel. Dat is ook de grens van het reservaat en Nebraska. Vanaf daar tot Chadron is het allemaal gravel. Als je zuidwaarts rijdt staat er een bord dat waarschuwt voor koeien op de weg, naar het noorden staat een bord welcome to Pine Ridge.

Ze zeggen dat er twee meisjes om het leven zijn gekomen daar op de reservaatgrens toen zij het wildrooster raakten en net ten noorden van daar  staat twee “why die” borden die de plek markeren waar een paar jaar terug twee jongens om het leven kwamen. Zij lagen maandenlang in de greppel voordat ze werden ontdekt omdat Bo Davis heel de nacht lang een autotoeter had horen loeien. Ze gingen de volgende dag zoeken en vonden het wrak met daarin de reeds ontbonden lichamen van de jongens. Ten zuiden van het wildrooster, over de grens naar Nebraska is geen afrastering langs de weg, waardoor de zwarte angus koeien die daar grazen, zo de weg op kunnen wandelen. Je moet daar dus extra voorzichtig zijn, speciaal op donkere en regenachtige avonden en nachten. Pas mistte ik er nog net ééntje die ik op het laatste nippertje zag staan en kon onderscheiden als zo’n beest. Net een paar maanden terug reed de vrouw van mijn buurman er eentje aan veranderde daarmee in één klap het front van de auto in één grote puinhoop.

Zelfs overdag, als die beesten je toch aan moeten zien komen als je recht op ze afstuift, blijven die stomme dieren gewoon midden op de weg staan en ze gaan pas bewegen als ze je lippen kunnen lezen. Het is net of het heel lang duurt voordat het tot hun hersens doordringt dat het wel eens gevaarlijk zou kunnen zijn om daar e blijven staan. Dan krijgen ze ineens van die uitpuilende ogen, de schrik slaat ze waarschijnlijk om het hart en vervolgens rennen ze met grote sprongen weg. Ze gaan wel altijd de kant op waar hun hoofd zit, in tegenstelling tot eekhoorns en hazen…dus je kan er met 80 km/u langs zolang je de auto maar langs hun kont stuurt.

Op dit gedeelte van de weg kan je makkelijk zo’n 100 tot 140 rijden op de rechte stukken. In de bochten echter, en dat zijn er minstens een half dozijn waarvan de helft ongeveer haaks, moet je sterk afremmen naar ongeveer kruipsnelheid. Oudere indianen en mensen uit een andere staat, zoals Colorado doen de hele weg met een snelheid van ongeveer 55 á 60 km per uur, dus daarvoor is dat geen probleem. De lokale indianen trappen echter altijd het gaspedaal vol in en gaan al slippend en alle kanten op glijdend op die bochten af.

Als je dan de controle kwijt raakt op het losse gravel, dan eindig je in de greppel naast de weg, zoals Billy pas geleden met zijn blauwe truck.

Buiten dat de weg een mensenmoordenaar is, zie je aan alle kanten doodgereden banden liggen, stukken loopvlak die losgeraakt zijn. Er liggen vaak geluidsdempers en uitlaatpijpen in het gras naast zakken afval, lege bierflessen en lege kartonnen dozen, een enkele aandrijfas, luiers, velgen, wieldoppen en ooit eens een koelkast die het niet had gehaald tot de dump en voor die tijd van de auto afgesprongen is waarmee hij werd vervoerd.

Naast de vervuiling en de auto-onderdelen is het land veel beter die kant op, omdat het van het reservaat af is. Het is goed weideland voor de ranchers, nog een reden waarom het genoeg waard is om bij Nebraska te horen en niet bij het reservaat.

In dit meest noordelijk gelegen gedeelte van de staat Nebraska is het land vol en vet, mooi glooiend, doorkruist met beekjes en kreekjes waarlangs volop iepen en noestige essen groeien. Schilderachtige heuvels, geel en oker gekleurd, bedekt met dennenbomen komen op uit de grond en strekken zich kilometers uit. Als het niet voor de weg was dat je wakker moest blijven, sukkelde je lekker slaap op dit gezapige rustige heuvelachtige landschap. Haviken zitten op de uitkijk op palen van de afrastering en af en toe vliegt een gevlekte adelaar over het land. Fazanten patrijzen fladderen over de weg. Hier grazen kuddes slaperig uitziende antilopen en wilde klakoenen struinen het land af, vooral halverwege, waar de Witte rivier de weg kruist.

Daar, volgens de verhalen van de Oude Man, was dat de plek waar reizigers in vroeger tijden hun paarden en wagens onder de schaduw van de populieren parkeerden om een hapje te eten. Even een pauze halverwege de trip naar de stad die toen nog een volle dag duurde. Er stonden altijd wel drie of vier wagens geparkeerd, vertelde hij. Nu duurt de rit 25 minuten.

Daar op die plek, in de s bocht, waar de weg en rivier elkaar kruisen, kan je 95 blijven rijden, schurend langs de binnenkant van de bochten als je een blik kan werpen door de bomen heen naar de weg verderop en je kan je verzekeren dat er niets van de andere kant komt. Na een korte regen en vlak voordat de weg glibberig en glad wordt de boel een beetje plakkerig, is de weg kleverig en zijn de omstandigheden perfect voor snelle ritten, het lijkt dan een beetje op modder racen. Als het te hard regent vormen zich diepe voren in de weg en wordt de grond wat wij gewoonlijk gumbo noemen. Dan wordt rijden gevaarlijk, twijfelachtig of onmogelijk. Helemaal geen regen, wat meestal het geval is, dan heb je een hanenstaart aan stof achter de auto hangen die kilometers in de omtrek te zien is.

Ironisch genoeg zijn de slechtste omstandigheden als de weg net onder handen genomen is en geëgaliseerd is, zodat het wasborden effect weg is. Je zou denken dat het dan ideaal is, maar het tegenovergestelde is waar. De machines die ze gebruiken om te egaliseren trekken stenen, prikkeldraad, glas en afval van de bermen van de weg af en leggen het terug op het wegdek. Het losse gravel wordt in lange banen aan weerskanten van de bandensporen in de weg geperst en als dat net gebeurd is moet je niet met je wielen op die stapels stenen komen. Hierop rijden kan zorgen dat je auto uitbreekt, gaat kwispelen emt de achterkant of plotseling gewoon een meter opzij gezet wordt naar de zijkant van weg op je glijdt gewoon de greppel in naast de weg. Ik heb er al een paar keer ingezeten en ik ben echt niet de enige.

Henry gleed van de weg af in een bocht. Milo ging eraf, Melvin Lee slipte eraf bij de rivier, Wes raakte eraf. En op een keer tijdens een sneeuwstorm, met Tom achter het stuur, hebben we de nacht doorgebracht in zo’n greppel tijdens een sneeuwjacht, samen met de jongens van de Red Cloud familie tot de volgende morgen de wegwerkmachine ons eruit trok.

Op een dag kwamen we langs een omgekeerde personenauto waarvan de wielen nog draaiden. De chauffeur, een jonge indiaanse vrouw zat buiten de auto, nog een beetje verdoofd. De twee oudste kinderen van de vijf die met haar meereden waren bezig om de jongere kinderen uit de auto te trekken. Ongelofelijk, maar niemand was gewoond, nog niet een schrammetje, maar een van de kleintjes die oud genoeg was om te beseffen wat er gebeurd was, schudde oncontroleerbaar in heel haar tuig.

De één na jongste zat te lachen Er stopte nog een paar auto’s en de mannen duwde met elkaar de auto weer terug op de wielen. De vrouw laadde de kinderen weer in de auto, we trokken haar uit de greppel met onze twee tonner en een ketting en weg waren ze weer.

De zaken die je echt nodig hebt om deze weg te rijden zijn: een reserveband of een thuiskomertje, een ketting, een liter of 15 extra benzine, 4 liter water, een zaklantaren, een krik en een moersleutel. Oh ja, duct tape, ga nooit van huis zonder dat spul.

Eén van de goede dingen van deze weg die je niet vaak zult tegenkomen in de rest van Amerika is dat de mensen stoppen om je te helpen. Er heeft hier bijna niemand haast om ergens te komen. De eerste keer dat ik Oliver Red Cloud ontmoette was precies op de grens van het reservaat. De Oude Man was net een lekke band aan het vervangen die lek geraakt was op de net opnieuw van gravel voorziene weg.

Dat is het moment dat de steen piercings voorkomen. Je zou je af kunnen vragen waarom ze niet een kleine maat steen gebruiken, want de stenen die ze gebruiken hebben de afmetingen van een tennisbal met messcherpe kanten en punten. Het lijkt net of ze knagen aan je banden. Zoals Henry Red Cloud dat altijd zegt.

Vier lekke banden in twee weken tijd. Na een keer twaalf lekke banden gehad te hebben een paar jaar terug ben ik gestopt met tellen. Drie sets spoorstangen, twee keer vier schokbrekers, diverse velgen en drie aandrijfassen en een kapotte voorruit. Dat is dan alleen nog maar mijn auto, de truck is een heel ander verhaal.

Omdat die weg dienst doet als de belangrijkste verbindingsweg tussen Pine Ridge en het grensstadje Chadron, is Slim Buttes Road een vitale verkeersader. Als je onderweg bent naar de stad kom je verschillende auto’s vol indianen tegen

Slim Buttes road.

 

Vier lekke banden in twee weken tijd zorgden voor de nodige inspiratie om dit verhaal over deze weg te schrijven. Slim Buttes road is een moordenaar.

 “Het moet wel één van de slechtste wegen zijn in heel Amerika” lachte Mike in de Hills Tire Shop in Chadron, terwijl hij de band insmeerde met zeepwater op zoek naar het lek.

“Ahhhhh!, daar zit het,” zei hij, “ziet er naar uit dat het weer een steent is die door de band geprikt heeft.”

Dat is dan één spijker en drie stenen in twee weken tijd.

“Je moet ook niet over die weg rijden.” zei Mike, alsof hij een arts was die een longpatiënt het roken ontraadde. Terwijl hij de band van de velg afhaalde met de hydraulische banden wipper van de werkplaats. “Je kan beter omrijden.”

“Ik kan de weg niet mijden, ik woon ergens halverwege.”

“Dan hebben ze er vast pas weer vers gravel op gegooid.” Zei hij, “jij bent vandaag de vierde die hier binnenkomt met een lekke band door die weg.”

Slim Buttes road  loopt van noord naar zuid, een kilometer of vijftig lang en verbindt Highway 18 die langs Oglala loopt met highway 20 die door Chadron loopt. Het noordelijke gedeelte van de weg is deels geasfalteerd tot aan de grens van het reservaat dan wordt het gravel en tot de weg in Chadron aankomt , twee en dertig kilometer verderop.

Als ik naar het noorden rijd vanuit mijn ruim anderhalve kilometer lange hobbelige en verrot gereden oprit, is de weg op zijn slechtst. Het verkeer moet afremmen tot nog geen tien km per uur om over de weg tussen de butsen en de gaten en het gebroken asfalt door te kunnen navigeren. Ga je sneller dan vraag je om kromme velgen, gebroken assen, kapotte veren of je helpt je spoorstangen om zeep. Op z’n minst moet je de boel opnieuw laten uitlijnen zoals mijn dochter onlangs ontdekte. “Die weg is pas echt kut!” merkte ze pas op.

Precies op dit punt is aan de passagierskant een extra bandenspoor in de berm waar iedereen off the road rijdt om de weg te vermijden. Tenminste, het zit aan de passagierskant als je naar het noorden rijdt. Maar ook de mensen die zuidwaarts rijden gebruiken die sporen, dus omdat dat stuk op die manier beter berijdbaar is, rijden zij aan de verkeerde kant van de weg. Op een gegeven moment moet je een heuvel over en als je naar boven rijdt kan je nooit zien wat er van de andere kant komt. We doen dan gewoonlijk een schietgebedje en hopen dat er niemand van de andere kant komt op dat moment en voelen ons gezegend met het feit dat zelfs de grootste imbeciel daar niet hard kan rijden.

De enige die ik ken die ik ooit dat stuk sneller dan tien km per uur heb zien doen is Bo Davis, die toetertijd de politie voor moest blijven die hem achtervolgde. Hij moest ze van zich af zien te schudden. We konden vanuit mijn huis de sirenes horen gaan, eerst naar het noorden en tien minuten daarna naar het zuiden.

“Hij moet zeker meer dan 160 km per uur hebben gereden toen hij bij ons in de buurt rondscheurde,” vertelde de Oude Man die de achtervolging in alle details aan ons beschreef die avond bij het vuur voor de sweat lodge. “Politie boverop zijn staart,” zei ik nog. “Ik mag hangen als dat BO Davis niet is!”

Uiteindelijk heeft Bo de auto totall loss gereden en kon te voet ontkomen, maar ze hebben hem later gearresteerd op de parkeerplaats van Sioux Nation, de supermarkt in Pine Ridge.

“Ik wist dat ze me niet meer konden pakken als ik de rivieredding maar kon bereiken. Ik ken die rivier als mijn broekzak!”

Naar het noorden vlak voor de T splitsing van waaruit een weg oostwaarts naar Pine Ridge gaat, zit een reeks van vijf spoorstang vermoordende kuilen. Daar wordt je niet goed van. Je kan er ongeschonden langs als je weet waar ze zitten. Eerst tussendoor, dan naar rechts, verder naar rechts, precies tussendoor, dan scherp naar links er net langs. Als je één van deze kuilen vol aan raakt, kan je auto naar de garage. Ze zijn goed om de vullingen uit je kiezen te rammelen of als je geluk hebt komen alleen je koplampen eruit poppen, zoals in de oude Donald Duck strips, als Donald zijn pieremegoggel  om een lantaarnpaal heen vouwt en de koplampen eruit poppen aan van die springveren.

Nadat je de serie gaten hebt omzeild, gaat de weg omhoog om over de heuvel bij de kerk zich weer abrupt naar beneden te slingeren, het lijkt daar wel een achtbaan compleet met uithollingen overdwars als extraatje. Die uitholling overdwars komen van herhaaldelijk vriezen en dooien en je kan daar echt niet harder dan zestig. Ga je sneller dan heb je kans dat je de bodem van je auto verziekt. Nadat de vering volledig is uitgerekt omdat de auto wordt gelanceerd en opstijgt, wordt je vervolgens met een klap weer op het wegdek gesmeten, je loopt op dat moment het risico op nekblessures van iedereen in de auto als ze hun kop stoten tegen het dak.

Er zijn daar ter plekke permanente lange parallel aan elkaar lopende witte littekens in het zwarte wegdek van drainpluggen van carterpannen van auto’s die daar over het wegdek geschuurd hebben.

Ik reed er een keer met een roodharige uit Washington mee. Zij  reed in een huurauto en deed dat stuk zeker tachtig waardoor iedereen van zijn of haar zetel werd gelicht. “Je kan beter wat langzamer gaan rijden.” zei ik nog tegen haar terwijl ik mijn handen tegen het plafond zette om mezelf in mijn zetel te drukken. In plaats van dat ze langzamer ging, kreeg ze een duivelse glinstering in haar ogen , ze lachte luid en trapte het gas helemaal in. Hoe bedoel je, remmen? Zij was nu eenmaal niet iemand die zich graag liet vertellen wat ze nou wel of niet moest doen. Als ze door een uithollingen overdwars gelanceerd werd en van de grond kwam, brulden de kinderen op de achterbank het uit van de pret als ze van hun stoel gelicht werden. “Wheeeeeeee!!!!”

De wagen kwam kreunend weer op de grond na elke sprong en je hoorde de spoiler en de hele onderkant over het wegdek schrapen. Ik kromp helemaal ineen, terwijl zij en de kinderen alleen maar lachten. Ik zei al, ze reed in een huurauto.

Na de kuilen en de uithollingen en voorbij de bagger die veroorzaakt wordt omdat een klein riviertje de weg kruist ( de staat ook wel bekend als de Gaza Strook omdat er altijd het gevaar is dat door het slijk en de blubber in een slip raakt en in de rivier terecht komen en blijven steken en af en toe wordt er ook wel eens geschoten daar.) waar de verbinding ook is met de weg die naar Pine Ridge gaat, voorbij die T splitsing, is de rest naar het noorden naar Oglala alleen nog maar gravel.

Dat gedeelte van de weg is ruw, grote gedeeltes lijken op een wasboard en het had de weg naar Baghdad kunnen zijn, net of er zojuist een konvooi had gereden die een gecombineerde artillerie- en luchtaanval te verduren had gekregen. Er zitten daar drie of vier echt grote kraters in de weg die je echt met beleid moet nemen. Of voorzichtig eromheen of nog voorzichtiger erin en met beleid aan de andere kant er weer uit. Op dat stuk zie je vaak mensen langs de kant staan met hun alarmlichten aan.

Bij mij vandaan naar het noorden, naar Oglala, dat is het goede gedeelte, het slechte gedeelte is naar het zuiden, naar Chadron.

Het eerst wat je tegenkomt als je naar het zuiden gaat, ongeveer 1,5 km hiervandaan is een enorme kuil, eigenlijk meer een grote spleet in de weg. Als je deze raakt en je gaat sneller dan 45 km/u, heb je gegarandeerd beschadigingen aan je onderstel. Ga je zuidwaarts dan klap je op de ander kant van de spleet, noordwaarts wordt je gegarandeerd gelanceerd en gaan alle vier wielen van de grond.

Tom Cook in een vlaag van met zijn gedachten al een paar kilometer verderop in plaats van met zijn aandacht bij de plek waar hij reed, hij moest naar een meeting in Porcupine of Wounded Knee, reed met mijn caddillac, Tom Ballanco als passagier over de spleet met honderdentwintig. Ik moest nieuw spoorstangen onder de auto zetten na die rit. De derde set die betsy heeft gekregen, alleen al op Slim Butte road.

Verder naar het zuiden vanaf die kuil, die overigens wel gemerkt is, zijn een paar stukken met gebroken en afgebrokkeld wegdek over een strek van een kilometer of vijf. Een snelheidsrestrictie tot 80 km/u en als je dat niet doet klapperen je tanden zo hard op elkaar dat de stukken er vanaf vliegen als je niet uitkijkt. Dan passeer je de vee drempel, zo’n wildrooster zeg maar, maar dan één bovenop een hele grote drempel. Dat is ook de grens van het reservaat en Nebraska. Vanaf daar tot Chadron is het allemaal gravel. Als je zuidwaarts rijdt staat er een bord dat waarschuwt voor koeien op de weg, naar het noorden staat een bord welcome to Pine Ridge.

Ze zeggen dat er twee meisjes om het leven zijn gekomen daar op de reservaatgrens toen zij het wildrooster raakten en net ten noorden van daar  staat twee “why die” borden die de plek markeren waar een paar jaar terug twee jongens om het leven kwamen. Zij lagen maandenlang in de greppel voordat ze werden ontdekt omdat Bo Davis heel de nacht lang een autotoeter had horen loeien. Ze gingen de volgende dag zoeken en vonden het wrak met daarin de reeds ontbonden lichamen van de jongens. Ten zuiden van het wildrooster, over de grens naar Nebraska is geen afrastering langs de weg, waardoor de zwarte angus koeien die daar grazen, zo de weg op kunnen wandelen. Je moet daar dus extra voorzichtig zijn, speciaal op donkere en regenachtige avonden en nachten. Pas mistte ik er nog net ééntje die ik op het laatste nippertje zag staan en kon onderscheiden als zo’n beest. Net een paar maanden terug reed de vrouw van mijn buurman er eentje aan veranderde daarmee in één klap het front van de auto in één grote puinhoop.

Zelfs overdag, als die beesten je toch aan moeten zien komen als je recht op ze afstuift, blijven die stomme dieren gewoon midden op de weg staan en ze gaan pas bewegen als ze je lippen kunnen lezen. Het is net of het heel lang duurt voordat het tot hun hersens doordringt dat het wel eens gevaarlijk zou kunnen zijn om daar e blijven staan. Dan krijgen ze ineens van die uitpuilende ogen, de schrik slaat ze waarschijnlijk om het hart en vervolgens rennen ze met grote sprongen weg. Ze gaan wel altijd de kant op waar hun hoofd zit, in tegenstelling tot eekhoorns en hazen…dus je kan er met 80 km/u langs zolang je de auto maar langs hun kont stuurt.

Op dit gedeelte van de weg kan je makkelijk zo’n 100 tot 140 rijden op de rechte stukken. In de bochten echter, en dat zijn er minstens een half dozijn waarvan de helft ongeveer haaks, moet je sterk afremmen naar ongeveer kruipsnelheid. Oudere indianen en mensen uit een andere staat, zoals Colorado doen de hele weg met een snelheid van ongeveer 55 á 60 km per uur, dus daarvoor is dat geen probleem. De lokale indianen trappen echter altijd het gaspedaal vol in en gaan al slippend en alle kanten op glijdend op die bochten af.

Als je dan de controle kwijt raakt op het losse gravel, dan eindig je in de greppel naast de weg, zoals Billy pas geleden met zijn blauwe truck.

Buiten dat de weg een mensenmoordenaar is, zie je aan alle kanten doodgereden banden liggen, stukken loopvlak die losgeraakt zijn. Er liggen vaak geluidsdempers en uitlaatpijpen in het gras naast zakken afval, lege bierflessen en lege kartonnen dozen, een enkele aandrijfas, luiers, velgen, wieldoppen en ooit eens een koelkast die het niet had gehaald tot de dump en voor die tijd van de auto afgesprongen is waarmee hij werd vervoerd.

Naast de vervuiling en de auto-onderdelen is het land veel beter die kant op, omdat het van het reservaat af is. Het is goed weideland voor de ranchers, nog een reden waarom het genoeg waard is om bij Nebraska te horen en niet bij het reservaat.

In dit meest noordelijk gelegen gedeelte van de staat Nebraska is het land vol en vet, mooi glooiend, doorkruist met beekjes en kreekjes waarlangs volop iepen en noestige essen groeien. Schilderachtige heuvels, geel en oker gekleurd, bedekt met dennenbomen komen op uit de grond en strekken zich kilometers uit. Als het niet voor de weg was dat je wakker moest blijven, sukkelde je lekker slaap op dit gezapige rustige heuvelachtige landschap. Haviken zitten op de uitkijk op palen van de afrastering en af en toe vliegt een gevlekte adelaar over het land. Fazanten patrijzen fladderen over de weg. Hier grazen kuddes slaperig uitziende antilopen en wilde klakoenen struinen het land af, vooral halverwege, waar de Witte rivier de weg kruist.

Daar, volgens de verhalen van de Oude Man, was dat de plek waar reizigers in vroeger tijden hun paarden en wagens onder de schaduw van de populieren parkeerden om een hapje te eten. Even een pauze halverwege de trip naar de stad die toen nog een volle dag duurde. Er stonden altijd wel drie of vier wagens geparkeerd, vertelde hij. Nu duurt de rit 25 minuten.

Daar op die plek, in de s bocht, waar de weg en rivier elkaar kruisen, kan je 95 blijven rijden, schurend langs de binnenkant van de bochten als je een blik kan werpen door de bomen heen naar de weg verderop en je kan je verzekeren dat er niets van de andere kant komt. Na een korte regen en vlak voordat de weg glibberig en glad wordt de boel een beetje plakkerig, is de weg kleverig en zijn de omstandigheden perfect voor snelle ritten, het lijkt dan een beetje op modder racen. Als het te hard regent vormen zich diepe voren in de weg en wordt de grond wat wij gewoonlijk gumbo noemen. Dan wordt rijden gevaarlijk, twijfelachtig of onmogelijk. Helemaal geen regen, wat meestal het geval is, dan heb je een hanenstaart aan stof achter de auto hangen die kilometers in de omtrek te zien is.

Ironisch genoeg zijn de slechtste omstandigheden als de weg net onder handen genomen is en geëgaliseerd is, zodat het wasborden effect weg is. Je zou denken dat het dan ideaal is, maar het tegenovergestelde is waar. De machines die ze gebruiken om te egaliseren trekken stenen, prikkeldraad, glas en afval van de bermen van de weg af en leggen het terug op het wegdek. Het losse gravel wordt in lange banen aan weerskanten van de bandensporen in de weg geperst en als dat net gebeurd is moet je niet met je wielen op die stapels stenen komen. Hierop rijden kan zorgen dat je auto uitbreekt, gaat kwispelen emt de achterkant of plotseling gewoon een meter opzij gezet wordt naar de zijkant van weg op je glijdt gewoon de greppel in naast de weg. Ik heb er al een paar keer ingezeten en ik ben echt niet de enige.

Henry gleed van de weg af in een bocht. Milo ging eraf, Melvin Lee slipte eraf bij de rivier, Wes raakte eraf. En op een keer tijdens een sneeuwstorm, met Tom achter het stuur, hebben we de nacht doorgebracht in zo’n greppel tijdens een sneeuwjacht, samen met de jongens van de Red Cloud familie tot de volgende morgen de wegwerkmachine ons eruit trok.

Op een dag kwamen we langs een omgekeerde personenauto waarvan de wielen nog draaiden. De chauffeur, een jonge indiaanse vrouw zat buiten de auto, nog een beetje verdoofd. De twee oudste kinderen van de vijf die met haar meereden waren bezig om de jongere kinderen uit de auto te trekken. Ongelofelijk, maar niemand was gewoond, nog niet een schrammetje, maar een van de kleintjes die oud genoeg was om te beseffen wat er gebeurd was, schudde oncontroleerbaar in heel haar tuig.

De één na jongste zat te lachen Er stopte nog een paar auto’s en de mannen duwde met elkaar de auto weer terug op de wielen. De vrouw laadde de kinderen weer in de auto, we trokken haar uit de greppel met onze twee tonner en een ketting en weg waren ze weer.

De zaken die je echt nodig hebt om deze weg te rijden zijn: een reserveband of een thuiskomertje, een ketting, een liter of 15 extra benzine, 4 liter water, een zaklantaren, een krik en een moersleutel. Oh ja, duct tape, ga nooit van huis zonder dat spul.

Eén van de goede dingen van deze weg die je niet vaak zult tegenkomen in de rest van Amerika is dat de mensen stoppen om je te helpen. Er heeft hier bijna niemand haast om ergens te komen. De eerste keer dat ik Oliver Red Cloud ontmoette was precies op de grens van het reservaat. De Oude Man was net een lekke band aan het vervangen die lek geraakt was op de net opnieuw van gravel voorziene weg.

Dat is het moment dat de steen piercings voorkomen. Je zou je af kunnen vragen waarom ze niet een kleine maat steen gebruiken, want de stenen die ze gebruiken hebben de afmetingen van een tennisbal met messcherpe kanten en punten. Het lijkt net of ze knagen aan je banden. Zoals Henry Red Cloud dat altijd zegt.

Vier lekke banden in twee weken tijd. Na een keer twaalf lekke banden gehad te hebben een paar jaar terug ben ik gestopt met tellen. Drie sets spoorstangen, twee keer vier schokbrekers, diverse velgen en drie aandrijfassen en een kapotte voorruit. Dat is dan alleen nog maar mijn auto, de truck is een heel ander verhaal.

Omdat die weg dienst doet als de belangrijkste verbindingsweg tussen Pine Ridge en het grensstadje Chadron, is Slim Buttes Road een vitale verkeersader. Als je onderweg bent naar de stad kom je verschillende auto’s vol indianen tegen  die komen en gaan.

Slim Buttes road.

 

Vier lekke banden in twee weken tijd zorgden voor de nodige inspiratie om dit verhaal over deze weg te schrijven. Slim Buttes road is een moordenaar.

 “Het moet wel één van de slechtste wegen zijn in heel Amerika” lachte Mike in de Hills Tire Shop in Chadron, terwijl hij de band insmeerde met zeepwater op zoek naar het lek.

“Ahhhhh!, daar zit het,” zei hij, “ziet er naar uit dat het weer een steent is die door de band geprikt heeft.”

Dat is dan één spijker en drie stenen in twee weken tijd.

“Je moet ook niet over die weg rijden.” zei Mike, alsof hij een arts was die een longpatiënt het roken ontraadde. Terwijl hij de band van de velg afhaalde met de hydraulische banden wipper van de werkplaats. “Je kan beter omrijden.”

“Ik kan de weg niet mijden, ik woon ergens halverwege.”

“Dan hebben ze er vast pas weer vers gravel op gegooid.” Zei hij, “jij bent vandaag de vierde die hier binnenkomt met een lekke band door die weg.”

Slim Buttes road  loopt van noord naar zuid, een kilometer of vijftig lang en verbindt Highway 18 die langs Oglala loopt met highway 20 die door Chadron loopt. Het noordelijke gedeelte van de weg is deels geasfalteerd tot aan de grens van het reservaat dan wordt het gravel en tot de weg in Chadron aankomt , twee en dertig kilometer verderop.

Als ik naar het noorden rijd vanuit mijn ruim anderhalve kilometer lange hobbelige en verrot gereden oprit, is de weg op zijn slechtst. Het verkeer moet afremmen tot nog geen tien km per uur om over de weg tussen de butsen en de gaten en het gebroken asfalt door te kunnen navigeren. Ga je sneller dan vraag je om kromme velgen, gebroken assen, kapotte veren of je helpt je spoorstangen om zeep. Op z’n minst moet je de boel opnieuw laten uitlijnen zoals mijn dochter onlangs ontdekte. “Die weg is pas echt kut!” merkte ze pas op.

Precies op dit punt is aan de passagierskant een extra bandenspoor in de berm waar iedereen off the road rijdt om de weg te vermijden. Tenminste, het zit aan de passagierskant als je naar het noorden rijdt. Maar ook de mensen die zuidwaarts rijden gebruiken die sporen, dus omdat dat stuk op die manier beter berijdbaar is, rijden zij aan de verkeerde kant van de weg. Op een gegeven moment moet je een heuvel over en als je naar boven rijdt kan je nooit zien wat er van de andere kant komt. We doen dan gewoonlijk een schietgebedje en hopen dat er niemand van de andere kant komt op dat moment en voelen ons gezegend met het feit dat zelfs de grootste imbeciel daar niet hard kan rijden.

De enige die ik ken die ik ooit dat stuk sneller dan tien km per uur heb zien doen is Bo Davis, die toetertijd de politie voor moest blijven die hem achtervolgde. Hij moest ze van zich af zien te schudden. We konden vanuit mijn huis de sirenes horen gaan, eerst naar het noorden en tien minuten daarna naar het zuiden.

“Hij moet zeker meer dan 160 km per uur hebben gereden toen hij bij ons in de buurt rondscheurde,” vertelde de Oude Man die de achtervolging in alle details aan ons beschreef die avond bij het vuur voor de sweat lodge. “Politie boverop zijn staart,” zei ik nog. “Ik mag hangen als dat BO Davis niet is!”

Uiteindelijk heeft Bo de auto totall loss gereden en kon te voet ontkomen, maar ze hebben hem later gearresteerd op de parkeerplaats van Sioux Nation, de supermarkt in Pine Ridge.

“Ik wist dat ze me niet meer konden pakken als ik de rivieredding maar kon bereiken. Ik ken die rivier als mijn broekzak!”

Naar het noorden vlak voor de T splitsing van waaruit een weg oostwaarts naar Pine Ridge gaat, zit een reeks van vijf spoorstang vermoordende kuilen. Daar wordt je niet goed van. Je kan er ongeschonden langs als je weet waar ze zitten. Eerst tussendoor, dan naar rechts, verder naar rechts, precies tussendoor, dan scherp naar links er net langs. Als je één van deze kuilen vol aan raakt, kan je auto naar de garage. Ze zijn goed om de vullingen uit je kiezen te rammelen of als je geluk hebt komen alleen je koplampen eruit poppen, zoals in de oude Donald Duck strips, als Donald zijn pieremegoggel  om een lantaarnpaal heen vouwt en de koplampen eruit poppen aan van die springveren.

Nadat je de serie gaten hebt omzeild, gaat de weg omhoog om over de heuvel bij de kerk zich weer abrupt naar beneden te slingeren, het lijkt daar wel een achtbaan compleet met uithollingen overdwars als extraatje. Die uitholling overdwars komen van herhaaldelijk vriezen en dooien en je kan daar echt niet harder dan zestig. Ga je sneller dan heb je kans dat je de bodem van je auto verziekt. Nadat de vering volledig is uitgerekt omdat de auto wordt gelanceerd en opstijgt, wordt je vervolgens met een klap weer op het wegdek gesmeten, je loopt op dat moment het risico op nekblessures van iedereen in de auto als ze hun kop stoten tegen het dak.

Er zijn daar ter plekke permanente lange parallel aan elkaar lopende witte littekens in het zwarte wegdek van drainpluggen van carterpannen van auto’s die daar over het wegdek geschuurd hebben.

Ik reed er een keer met een roodharige uit Washington mee. Zij  reed in een huurauto en deed dat stuk zeker tachtig waardoor iedereen van zijn of haar zetel werd gelicht. “Je kan beter wat langzamer gaan rijden.” zei ik nog tegen haar terwijl ik mijn handen tegen het plafond zette om mezelf in mijn zetel te drukken. In plaats van dat ze langzamer ging, kreeg ze een duivelse glinstering in haar ogen , ze lachte luid en trapte het gas helemaal in. Hoe bedoel je, remmen? Zij was nu eenmaal niet iemand die zich graag liet vertellen wat ze nou wel of niet moest doen. Als ze door een uithollingen overdwars gelanceerd werd en van de grond kwam, brulden de kinderen op de achterbank het uit van de pret als ze van hun stoel gelicht werden. “Wheeeeeeee!!!!”

De wagen kwam kreunend weer op de grond na elke sprong en je hoorde de spoiler en de hele onderkant over het wegdek schrapen. Ik kromp helemaal ineen, terwijl zij en de kinderen alleen maar lachten. Ik zei al, ze reed in een huurauto.

Na de kuilen en de uithollingen en voorbij de bagger die veroorzaakt wordt omdat een klein riviertje de weg kruist ( de staat ook wel bekend als de Gaza Strook omdat er altijd het gevaar is dat door het slijk en de blubber in een slip raakt en in de rivier terecht komen en blijven steken en af en toe wordt er ook wel eens geschoten daar.) waar de verbinding ook is met de weg die naar Pine Ridge gaat, voorbij die T splitsing, is de rest naar het noorden naar Oglala alleen nog maar gravel.

Dat gedeelte van de weg is ruw, grote gedeeltes lijken op een wasboard en het had de weg naar Baghdad kunnen zijn, net of er zojuist een konvooi had gereden die een gecombineerde artillerie- en luchtaanval te verduren had gekregen. Er zitten daar drie of vier echt grote kraters in de weg die je echt met beleid moet nemen. Of voorzichtig eromheen of nog voorzichtiger erin en met beleid aan de andere kant er weer uit. Op dat stuk zie je vaak mensen langs de kant staan met hun alarmlichten aan.

Bij mij vandaan naar het noorden, naar Oglala, dat is het goede gedeelte, het slechte gedeelte is naar het zuiden, naar Chadron.

Het eerst wat je tegenkomt als je naar het zuiden gaat, ongeveer 1,5 km hiervandaan is een enorme kuil, eigenlijk meer een grote spleet in de weg. Als je deze raakt en je gaat sneller dan 45 km/u, heb je gegarandeerd beschadigingen aan je onderstel. Ga je zuidwaarts dan klap je op de ander kant van de spleet, noordwaarts wordt je gegarandeerd gelanceerd en gaan alle vier wielen van de grond.

Tom Cook in een vlaag van met zijn gedachten al een paar kilometer verderop in plaats van met zijn aandacht bij de plek waar hij reed, hij moest naar een meeting in Porcupine of Wounded Knee, reed met mijn caddillac, Tom Ballanco als passagier over de spleet met honderdentwintig. Ik moest nieuw spoorstangen onder de auto zetten na die rit. De derde set die betsy heeft gekregen, alleen al op Slim Butte road.

Verder naar het zuiden vanaf die kuil, die overigens wel gemerkt is, zijn een paar stukken met gebroken en afgebrokkeld wegdek over een strek van een kilometer of vijf. Een snelheidsrestrictie tot 80 km/u en als je dat niet doet klapperen je tanden zo hard op elkaar dat de stukken er vanaf vliegen als je niet uitkijkt. Dan passeer je de vee drempel, zo’n wildrooster zeg maar, maar dan één bovenop een hele grote drempel. Dat is ook de grens van het reservaat en Nebraska. Vanaf daar tot Chadron is het allemaal gravel. Als je zuidwaarts rijdt staat er een bord dat waarschuwt voor koeien op de weg, naar het noorden staat een bord welcome to Pine Ridge.

Ze zeggen dat er twee meisjes om het leven zijn gekomen daar op de reservaatgrens toen zij het wildrooster raakten en net ten noorden van daar  staat twee “why die” borden die de plek markeren waar een paar jaar terug twee jongens om het leven kwamen. Zij lagen maandenlang in de greppel voordat ze werden ontdekt omdat Bo Davis heel de nacht lang een autotoeter had horen loeien. Ze gingen de volgende dag zoeken en vonden het wrak met daarin de reeds ontbonden lichamen van de jongens. Ten zuiden van het wildrooster, over de grens naar Nebraska is geen afrastering langs de weg, waardoor de zwarte angus koeien die daar grazen, zo de weg op kunnen wandelen. Je moet daar dus extra voorzichtig zijn, speciaal op donkere en regenachtige avonden en nachten. Pas mistte ik er nog net ééntje die ik op het laatste nippertje zag staan en kon onderscheiden als zo’n beest. Net een paar maanden terug reed de vrouw van mijn buurman er eentje aan veranderde daarmee in één klap het front van de auto in één grote puinhoop.

Zelfs overdag, als die beesten je toch aan moeten zien komen als je recht op ze afstuift, blijven die stomme dieren gewoon midden op de weg staan en ze gaan pas bewegen als ze je lippen kunnen lezen. Het is net of het heel lang duurt voordat het tot hun hersens doordringt dat het wel eens gevaarlijk zou kunnen zijn om daar e blijven staan. Dan krijgen ze ineens van die uitpuilende ogen, de schrik slaat ze waarschijnlijk om het hart en vervolgens rennen ze met grote sprongen weg. Ze gaan wel altijd de kant op waar hun hoofd zit, in tegenstelling tot eekhoorns en hazen…dus je kan er met 80 km/u langs zolang je de auto maar langs hun kont stuurt.

Op dit gedeelte van de weg kan je makkelijk zo’n 100 tot 140 rijden op de rechte stukken. In de bochten echter, en dat zijn er minstens een half dozijn waarvan de helft ongeveer haaks, moet je sterk afremmen naar ongeveer kruipsnelheid. Oudere indianen en mensen uit een andere staat, zoals Colorado doen de hele weg met een snelheid van ongeveer 55 á 60 km per uur, dus daarvoor is dat geen probleem. De lokale indianen trappen echter altijd het gaspedaal vol in en gaan al slippend en alle kanten op glijdend op die bochten af.

Als je dan de controle kwijt raakt op het losse gravel, dan eindig je in de greppel naast de weg, zoals Billy pas geleden met zijn blauwe truck.

Buiten dat de weg een mensenmoordenaar is, zie je aan alle kanten doodgereden banden liggen, stukken loopvlak die losgeraakt zijn. Er liggen vaak geluidsdempers en uitlaatpijpen in het gras naast zakken afval, lege bierflessen en lege kartonnen dozen, een enkele aandrijfas, luiers, velgen, wieldoppen en ooit eens een koelkast die het niet had gehaald tot de dump en voor die tijd van de auto afgesprongen is waarmee hij werd vervoerd.

Naast de vervuiling en de auto-onderdelen is het land veel beter die kant op, omdat het van het reservaat af is. Het is goed weideland voor de ranchers, nog een reden waarom het genoeg waard is om bij Nebraska te horen en niet bij het reservaat.

In dit meest noordelijk gelegen gedeelte van de staat Nebraska is het land vol en vet, mooi glooiend, doorkruist met beekjes en kreekjes waarlangs volop iepen en noestige essen groeien. Schilderachtige heuvels, geel en oker gekleurd, bedekt met dennenbomen komen op uit de grond en strekken zich kilometers uit. Als het niet voor de weg was dat je wakker moest blijven, sukkelde je lekker slaap op dit gezapige rustige heuvelachtige landschap. Haviken zitten op de uitkijk op palen van de afrastering en af en toe vliegt een gevlekte adelaar over het land. Fazanten patrijzen fladderen over de weg. Hier grazen kuddes slaperig uitziende antilopen en wilde klakoenen struinen het land af, vooral halverwege, waar de Witte rivier de weg kruist.

Daar, volgens de verhalen van de Oude Man, was dat de plek waar reizigers in vroeger tijden hun paarden en wagens onder de schaduw van de populieren parkeerden om een hapje te eten. Even een pauze halverwege de trip naar de stad die toen nog een volle dag duurde. Er stonden altijd wel drie of vier wagens geparkeerd, vertelde hij. Nu duurt de rit 25 minuten.

Daar op die plek, in de s bocht, waar de weg en rivier elkaar kruisen, kan je 95 blijven rijden, schurend langs de binnenkant van de bochten als je een blik kan werpen door de bomen heen naar de weg verderop en je kan je verzekeren dat er niets van de andere kant komt. Na een korte regen en vlak voordat de weg glibberig en glad wordt de boel een beetje plakkerig, is de weg kleverig en zijn de omstandigheden perfect voor snelle ritten, het lijkt dan een beetje op modder racen. Als het te hard regent vormen zich diepe voren in de weg en wordt de grond wat wij gewoonlijk gumbo noemen. Dan wordt rijden gevaarlijk, twijfelachtig of onmogelijk. Helemaal geen regen, wat meestal het geval is, dan heb je een hanenstaart aan stof achter de auto hangen die kilometers in de omtrek te zien is.

Ironisch genoeg zijn de slechtste omstandigheden als de weg net onder handen genomen is en geëgaliseerd is, zodat het wasborden effect weg is. Je zou denken dat het dan ideaal is, maar het tegenovergestelde is waar. De machines die ze gebruiken om te egaliseren trekken stenen, prikkeldraad, glas en afval van de bermen van de weg af en leggen het terug op het wegdek. Het losse gravel wordt in lange banen aan weerskanten van de bandensporen in de weg geperst en als dat net gebeurd is moet je niet met je wielen op die stapels stenen komen. Hierop rijden kan zorgen dat je auto uitbreekt, gaat kwispelen emt de achterkant of plotseling gewoon een meter opzij gezet wordt naar de zijkant van weg op je glijdt gewoon de greppel in naast de weg. Ik heb er al een paar keer ingezeten en ik ben echt niet de enige.

Henry gleed van de weg af in een bocht. Milo ging eraf, Melvin Lee slipte eraf bij de rivier, Wes raakte eraf. En op een keer tijdens een sneeuwstorm, met Tom achter het stuur, hebben we de nacht doorgebracht in zo’n greppel tijdens een sneeuwjacht, samen met de jongens van de Red Cloud familie tot de volgende morgen de wegwerkmachine ons eruit trok.

Op een dag kwamen we langs een omgekeerde personenauto waarvan de wielen nog draaiden. De chauffeur, een jonge indiaanse vrouw zat buiten de auto, nog een beetje verdoofd. De twee oudste kinderen van de vijf die met haar meereden waren bezig om de jongere kinderen uit de auto te trekken. Ongelofelijk, maar niemand was gewoond, nog niet een schrammetje, maar een van de kleintjes die oud genoeg was om te beseffen wat er gebeurd was, schudde oncontroleerbaar in heel haar tuig.

De één na jongste zat te lachen Er stopte nog een paar auto’s en de mannen duwde met elkaar de auto weer terug op de wielen. De vrouw laadde de kinderen weer in de auto, we trokken haar uit de greppel met onze twee tonner en een ketting en weg waren ze weer.

De zaken die je echt nodig hebt om deze weg te rijden zijn: een reserveband of een thuiskomertje, een ketting, een liter of 15 extra benzine, 4 liter water, een zaklantaren, een krik en een moersleutel. Oh ja, duct tape, ga nooit van huis zonder dat spul.

Eén van de goede dingen van deze weg die je niet vaak zult tegenkomen in de rest van Amerika is dat de mensen stoppen om je te helpen. Er heeft hier bijna niemand haast om ergens te komen. De eerste keer dat ik Oliver Red Cloud ontmoette was precies op de grens van het reservaat. De Oude Man was net een lekke band aan het vervangen die lek geraakt was op de net opnieuw van gravel voorziene weg.

Dat is het moment dat de steen piercings voorkomen. Je zou je af kunnen vragen waarom ze niet een kleine maat steen gebruiken, want de stenen die ze gebruiken hebben de afmetingen van een tennisbal met messcherpe kanten en punten. Het lijkt net of ze knagen aan je banden. Zoals Henry Red Cloud dat altijd zegt.

Vier lekke banden in twee weken tijd. Na een keer twaalf lekke banden gehad te hebben een paar jaar terug ben ik gestopt met tellen. Drie sets spoorstangen, twee keer vier schokbrekers, diverse velgen en drie aandrijfassen en een kapotte voorruit. Dat is dan alleen nog maar mijn auto, de truck is een heel ander verhaal.

Omdat die weg dienst doet als de belangrijkste verbindingsweg tussen Pine Ridge en het grensstadje Chadron, is Slim Buttes Road een vitale verkeersader. Als je onderweg bent naar de stad kom je verschillende auto’s vol indianen tegen